 |
|
 |

De
subsidies
voor beschermd
erfgoed
| Alleen
onderhouds- en restauratiewerken aan definitief beschermde
goederen kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Werken ter
verbetering van het wooncomfort kunnen gedeeltelijk worden
gesubsidieerd ten gevolge van de moeilijkheden die gepaard
gaan met de verplichting om bepaalde elementen van het
interieurdecor te bewaren. Verbouwingswerken kunnen geen
subsidies krijgen.
De
subsidies worden toegekend volgens de beschikbare
begrotingskredieten. Elk jaar worden nieuwe kredieten op de
gewestelijke begroting ingeschreven. Als het krediet
ontoereikend is, wordt de vergunning binnen de voorgeschreven
termijnen verleend en worden de subsidies toegekend zodra de
begrotingskredieten dit mogelijk maken.
|
 |
In haar
besluit van 30 april 2003 stelt de Brusselse Regering de voorwaarden
vast voor het toekennen van een subsidie voor werken tot behoud van
een beschermd goed.
Voor de
begunstigde openbare overheden (gemeenten, OCMW's, sociale woning
vennootschappen…) bedraagt het subsidiepercentage 80 %,
inclusief BTW en erelonen van de architect.
Voor de
"particuliere" dossiers bedraagt het subsidiepercentage 40
% voor de werken die opgesomd staan in artikel 2 van het voormeld
besluit van.
Dit percentage wordt vastgesteld op 50 % van de voor subsidie
toegelaten uitgaven betreffende de beschermde gevel van aan de
rooilijn belendende gebouwen of van belendende gebouwen op een
afstand van maximum tien meter van deze rooilijn. Deze percentages
worden verhoogd met 25 % indien het gaat om een natuurlijke
rechtspersoon die het beschermd goed persoonlijk bewoont en waarvan
de inkomsten lager zijn dan 30.000 euro, verhoogd met 2.500 euro per
persoon ten laste. Het subsidiepercentage voor een particuliere
begunstigde wordt vastgesteld op 80 % in de volgende gevallen :
1° het gebouw bevindt zich in sterk vervallen en verlaten staat
sinds ten minste 1 januari 2000;
2° het gebouw is opgenomen in de perimeter van een vigerend
wijkcontract;
3° in het gebouw is een museum ondergebracht waarvan de delen
binnenin beschermd en doorheen het hele jaar toegankelijk zijn voor
het brede publiek;
4° indien het gaat om de restitutie van verdwenen elementen die een
historische, archeologische, artistieke, esthetische,
wetenschappelijke, sociale, technische of folkloristische waarde
hebben;
5° indien het gaat om voorafgaande studies, opmetingen, onderzoeken
en installaties nodig voor het uitwerken van het dossier van de
aanvraag om stedenbouwkundige vergunning voor de realisatie van
bovenvermelde werken.
Het
besluit van 30 april 2003 bepaalt dat drie bestekken van
verschillende bedrijven, al dan niet erkend, als bijlage bij het
dossier moeten worden gevoegd.
De subsidie wordt berekend op het door de eigenaar gekozen bestek.
De betaling gebeurt op basis van facturen en kan over meerdere
maanden worden gespreid.
De vastlegging van de subsidies gebeurt op basis van de kostenraming
van de werken die door de bevoegde overheid is goedgekeurd.
De betaling gebeurt op basis van de vorderingsstaten en kan over
meerdere jaren worden gespreid.
Voor de
landschappen kunnen volgende werken:
1° de restauratie van rooilijnen van bomen, beplantingen, paden en
grasperken;
2° het vellen en herplanten van bomen;
3° de verzorging en de ingrepen die nodig zijn voor het behoud van
opmerkelijke planten;
4° de werken die door de speciale bewaringsomstandigheden die
zouden voorgeschreven zijn, vereist worden.
|
 |
 |