|
De
ordonnantie van 4 maart 1993 erkent het bestaan van het
archeologisch onroerend erfgoed door het definiėren van het
begrip archeologische vindplaats: "elk terrein,
geologische formatie, gebouw, geheel of landschap dat
archeologische goederen bevat of kan bevatten" (artikel
2, 1°, d).
Archeologische
opgravingen en opzoekingen zijn slechts gereglementeerd als ze
deel uitmaken van goederen die beschermd zijn of op de
bewaarlijst staan. De Dienst volgt deze dossiers.
|
|